|
Basset Fauve de Bretagne

De
Fauve als huishond
De Fauve is een vrolijke oersterke
jachthond, probleemloos te houden met andere honden
of katten
en uitstekend geschikt in gezinnen met kinderen.
De Fauve behoort tot de rasgroep van de Lopende Honden; in Nederland de
Brakken
genoemd, in Frankrijk heet de rasgroep van de Lopende Honden, Chien
Courant.
De honden die tot deze rasgroep behoren noemt men niet direct
"gehoorzaam", de Fauve is echter redelijk gehoorzaam omdat hij slechts
in kleine meutes gehouden werd. Hij leerde dus meer naar zijn baas te
luisteren
dan honden, die in grote meutes jagen.
Als huishond is de Fauve ideaal, gehoorzaam en lief. Het zijn vrolijke
honden.
Als meutehond is de Fauve zachtaardig van karakter en past zich graag
aan. Hij
is sociaal met mensen, kinderen en soortgenoten. Ruzieachtige Fauves
zijn een
uitzondering. Leeft hij samen met een wat dominante andere hond, dan
mag die de
baas spelen.Onderdanig is de Fauve echter niet. Hij behandelt een
"opschepper" met een air van "je bekijkt het maar". Als
meute honden hebben ze behoefte aan gezelschap en aandacht. Bij
aanschaf van een
pup moet u er rekening mee houden, dat het alleen zijn een probleem kan
opleveren, zeker als dit langdurig is. Ze kunnen dan zeer luid huilen.
Ze missen
het gezin "hun Meute".
Jachtpassie
!!!
In
deze site
hierover een algemeen verhaal. Bij een Brak hoort JACHTPASSIE! Alvorens
u tot de
aanschaf van een Fauve over gaat dient u zich terdege te realiseren dat
een
Fauve een huisgenoot is, die een aantal oeroude en specifieke
instincten en
karakter eigenschappen bezit, zoals een grote jachtpassie en
zelfstandigheid,
soms komt dit over als eigenwijs en ongehoorzaam. Dit hoort bij de
Fauves; elke
fokker die u vertelt dat dit er uit is gefokt geeft u onjuiste
informatie. Als
bij een Fauve de jachtpassie ontbreekt is zulks eerder abnormaal dan
normaal.
Wil men met een Fauve in het vrije veld wandelen, denk dan nooit dat
hij na een
goede training keurig luistert. Een goede training als voorbereiding is
nodig om
te voorkomen dat de Fauve zelfstandig elk wildspoor volgt. Hij vergeet
zijn baas
en blijft een uur of langer weg, waarbij alleen zijn luid geven van
verre te
horen is. Vóór de leeftijd van 7 maanden (daarna ontwikkelt zich de
jachtpassie) moet een Fauve volledig gehoorzaam zijn.
Als zeer jonge pup (vanaf 8 weken) dient men deze gehoorzaamheid
consequent en
met zachte hand spelenderwijs te gaan oefenen. Eenmaal verworven
rechten zal
hij/zij niet gauw prijsgeven. Een cursus elementaire gehoorzaamheid is
aan te
bevelen. Baas en hond leren hier veel van en de onderlinge band wordt
daar zeer
door bevorderd.
Geschiedenis
De
Basset Fauve de
Bretagne stamt af van de grote Griffon Fauve de Bretagne. De Basset is
een
mutatie, de korte poten zijn een erfelijke toevalligheid. Dit maakt hem
uitermate geschikt voor de jacht in kreupelhout en doornig struikgewas.
Bretagne
bestaat voor een groot deel uit heuvelachtig terrein, zodat men een
hond fokte
die korter van rug is dan andere Bassets. Een langere hond zou over de
kop
slaan, wanneer hij in volle vaart achter wild een heuvel afrent.
Rugproblemen
zijn bij dit ras dan ook onbekend.
In de 14e eeuw was de Fauve de Bretagne al bekend. De dochter van
Lodewijk XI,
Anne de Beaujeu, bezat al een Fauveteef waaruit de beroemde lijn
jachthonden,
"Bauds" genaamd, ontstond.
De Griffon Fauve bestaat nog steeds. De Franse Club du Fauve de
Bretagne acht
deze hond minder geschikt als huishond. De hond wordt gebruikt voor de
jacht op
wildzwijn en wordt gehouden in meutes.
De Basset is in Frankrijk een populaire jachthond geworden. Een jager
heeft er
meestal twee of drie. Met een kleine meute wordt vooral op konijn en
haas
gejaagd, maar ook fazant, vos en wild zwijn behoren tot hun prooi. De
meute
zoekt het wild op geeft luid (blaft) en drijft het wild naar de jager.
De selectie door de jagers is streng. Hierdoor ontstond een sterke,
levendige
hond die doet wat er van hem verwacht wordt, maar ook eigen initiatief
vertoont.
DeFauve
in Nederland
Mw.
Zanden - Kip
liet de eerste Fauves op een tentoonstelling in Nederland zien.
Ongetwijfeld
zijn er ook al eerder Basset Fauves vanuit Frankrijk meegenomen naar
Nederland,
maar deze zijn waarschijnlijk niet ingeschreven geweest in het
Nederlands Honden
Stamboek dus ook niet te traceren.
De Fauve is ongeveer twintig jaar in Nederland. Het eerste nest Basset
Fauves de
Bretagne werd gefokt door dhr C. Homans. Op 11 september 1976 werden
uit de
combinatie (vader) Lasso de la Ponchotte en (moeder) Jovotte de Serre
Long twee
teven en drie reuen geboren.
Langzamerhand worden deze vrolijke, kindvriendelijke honden bekender in
Nederland.
Doordat het ras tussen de beide wereldoorlogen bijna verdwenen was,
zijn er
andere rassen gebruikt om het ras terug te fokken en de fokbasis te
vergroten.
Hierdoor ontstond een gezond prettig ras. Er komen echter soms
terugslagen uit
vroeger gebruikte rassen te voorschijn, zoals te hoge of te lage
honden,
verkeerde kleuren of vacht en gebitsfouten
Naast de aantallen in Nederland gefokte honden worden er ook regelmatig
Fauves
geïmporteerd uit Frankrijk.
FCI-Standaard
(2 april 1997)
Algemeen
beeld de
wezenlijke kenmerken van het hoofd, van de structuur van de vacht, van
de kleur
en van de staartdracht komen het meest over een met het ras waarvan hij
afstamt.
Omdat hij in dichtbebost en heuvelachtig terrein moet jagen, wordt van
de Basset
Fauve de Bretagne verlangt, dat hij klein en levendig moet zijn met
gedrongen
bouw en in alle opzichten een Basset moet blijven. De voorbenen zijn
bijna recht
of licht gekromd en de hond is snel voor zijn grootte.>
- Schedel:
nogal lang,de achterhoofdsknobbel goed aangegeven. Van voren gezien,
heeft de schedel de vorm van een afgeplat gewelf, zonder overdrijving,
in breedte aflopend naar de hoogte van de wenkbrauwen, die niet zeer
duidelijk zijn. Fouten: Schedel: breed of smal. Tengere en schrale
verschijning. Wenkbrauwen te sterk aangegeven.
- Neusrug:
tamelijk lang, recht of licht gebogen. De stop iets meer ontwikkeld dan
bij de Grand Fauve.
- Neusspiegel:
zwart of donkerbruin, met wijd open neusgaten.
- Snuit:
de lippen mogen niet te zwaar zijn. De snuit eerder spichtig dan
vierkant. Fouten: Snuit te puntig of kort, zware lippen.
- Ogen:
donkerbruin met een levendige blik. Het bindvlies mag niet zichtbaar
zijn.
- Oren:
dun in aanhechting, die zich bevindt op een lijn door de ooghoeken
getrokken en tot bijna aan de neuspunt reikend. De oren eindigen in een
punt en zijn bedekt met kort er en fijner haar dan de rest van het
lichaam. Fouten: Oren: te laag aangezette lang, te kort of plat.
- Hals:
tamelijk kort en goed gespierd. Schouders: schuin liggend.
- Voorbenen:
recht of licht gebogen en zeer krachtig.
- Voeten:
gesloten tenen. Fouten: Weke en brede voeten.
- Borst:
breed en diep
- Ribben:
nogal gebogen
- Rug:kort
en breed. Fouten: Te lange rug.
- Lendenen:
breed, krachtig en goed gespierd.
- Buik:
weinig opgetrokken. Fouten: Buik als een Windhond.
- Achterhand:
rechtstandig, knieën matig gebogen.
- Dijen:
goed gespierd. Fouten: Te ronde dijen.
- Vacht:
zeer hard, dicht kort vlak, nooit wollig, doch krullend en zonder
garnituur aan het hoofd.
- Kleur:
rossig, de beste kleurschakeringen zijn het goud /tarwekleurig en het
steenrood, soms een wit vlekje op de voorborst, wat niet gewenst wordt.
Fouten: gekrulde zachte vacht. Zwart in de vacht en wit is niet gewenst.
- Hoogte: 32 tot 38 cm, met een tolerantie
2
cm voor zeer mooie
vertegenwoordigers van het ras
- Gangen:
Levendig.
Noot: Mannelijke dieren moeten twee duidelijk
normale testikels hebben,
die geheel in het scrotum zijn ingedaald
Deze
pagina's zijn pas
vernieuwd.
Indien u een aanvulling heeft of als u een fout of onvolkomenheid
ontdekt wilt u dat dan doorgeven aan:
Disclaimer
|